Jan De Cock

Jacqueline Kennedy Onassis

Jan De Cock- Jacqueline Kennedy Onassis

source: frameweb

Belgian artist Jan De Cock created a series of sculptural installations inspired by 1960s icon Jackie O.
Jacqueline Kennedy Onassis plays with conceptions of icon status, 60s romanticism and the ‘beginning of a culture of spectacle’. Sculptures formed from chipboard, wood, plaster and acrylic paint create pieces that are both polished and unfinished, formed and crumbling, betraying the flip side of glamour, complete with touches of Chanel-pink.
The exhibition consists of pillar structures, titled Krise (Crisis), alongside a series rectangular pieces, each called Romantik, of layered and painted wood and chipboard over lacquered green metal frames.
.
.
.
.
.
.
.
source: fonsweltersnl

Jan De Cock Artist PageDownload press release in EnglishDownload press release in Dutch
Galerie Fons Welters is proud to present the new exhibition by Belgian artist Jan De Cock, titled: ‘Jacqueline Kennedy Onassis’.
For his sixth solo show at the gallery De Cock has turned the space into ‘a sparse and splintered romantic landscape’. A realm of autonomous sculptures that modestly seek each other’s company. While building on series from the past years, De Cock’s recent installation displays both his oeuvre’s cyclic structure as well as introduces new sculptural forms.

The exhibition follows ‘Jacqueline Kennedy Onassis; a Romantic exhibition’, which was on display at the Staatliche Kunsthalle Baden-Baden in Spring 2012. Again, Jacqueline Kennedy Onassis, icon of ‘the Sixties’, is the leading character in an enigmatic narrative. Jacqueline embodies the romantic ideals of her age and symbolises the beginning of a culture of the ‘spectacle’. Although remarkably conspicuous by her absence, we might still find her in subtle references such as the colour pink reminding us of her famous ‘Chanel’ suit. In this series of works, Jan De Cock stages Jackie as example of a specific era as well as a timeless concept. After all, her often imitated iconic presence questions the nature of an image and makes us wonder what lies behind (her beloved dark sunglasses).

At Galerie Fons Welters, the artist presents two sculptural series bearing the initials JKO and composed of chipboard, several types of natural wood, plaster and acrylic paint. Together, these works create a concentrated yet playful view on Romanticism. In the gallery’s scenery, we can walk amidst several pillar-like sculptures. Lifted by a pedestal base, these slender constellations called Krise (Crisis) point upwards into the very gallery space, and at the same time can be traced back to the artist’s studio. A frontal view on most Krises illuminates their white cube completion, whereas plaster traces at the bottom and worn or raw surfaces at the back show ‘the flip side of the “spectacle”’ and reflect a continual unfinishedness.

The other, Romantik installations recall the visual elements and layering effect of the ‘Monument’ sculptures from De Cock’s previous show Repromotion at the gallery in 2010. This time however, the assemblages have been moved to the side and present themselves as reliefs, or ‘windows’, on the wall. Each collage starts with a large green lacquered steel frame. In front of and behind this, layers and plateaus of various wood types have been affixed. A resulting organic ‘interplay of openings, see-throughs and mist’ sets these sculptural landscapes in motion. JKO Romantik IX for instance, shows a rhythmic composition of lines that ultimately flow into an ever-streaming waterfall.

The ‘Jacqueline Kennedy Onassis project’ forms a complex web of carefully selected fragments. In addition to the sculptural installations, Jan De Cock has created two artist books; a collection of six photographic Cahiers and a Handbook. Through their encyclopaedic character they appear to guide the viewer, who is simultaneously left to wander the in-between. And also on the material surface of the sculptures – next to touches of soft pink, yellow, blue, red and green paint – the openness of the non-colour white shines. In opposition to today’s spectacle and visual saturation, Jan De Cock invites the spectator to take an in-depth look, and picture his or her own image.

Jan De Cock (1976) lives and works in Brussels, Belgium. He exhibited his large scale installations and interventions in diverse solo exhibitions such as recently at Staatliche Kunsthalle Baden Baden (2012); Galeria Filomena Soares, Lissabon; Galerie Fons Welters, Amsterdam; Palais de Bozar, Brussels (2009); MoMA, New York (2008); Haus Konstruktiv, Zurich (2006); Schirn Kunsthalle (2005); Tate Modern (2005) and De Appel, Amsterdam (2003).
.
.
.
.
.
.
.
source: egbertdommeringnl

De Belgische kunstenaar Jan de Cock (1976) maakte in 2012 een nieuwe tentoonstelling onder de titel Jacqueline Kennedy Onassis in de kunsthal Baden-Baden, waaruit nu een nieuwe tentoonstelling is gemaakt bij Fons Welters. In het verhelderende Handboek dat De Cock samen met de tentoonstellingsmakers in Baden-Baden heeft ontworpen, verdeelt de 37 jarige kunstenaar zijn oeuvre tot dusver in: Vertigo of the Era of Free Catalogues (1999), Collateral Damage (Randschade: 2002), Denkmal (2004-2006), Repromotion (2009), en nu dus Jacqueline Kennedy Onassis (2012-?).

De verschillende fasen zijn op verschillende plaatsen en bewerkingen in Nederland en Europa te zien geweest, In het Handboek wordt de kern van de eerdere fasen samengevat en voorzien van een woordenlijst van bouwstenen die ieder fase markeren, maar later kunnen terugkomen. In Vertigo zijn dat ‘randschade’ (de schade aan personen en objecten in de omgeving van een militaire operatie), ‘dolly tracks’ (de rails voor verrijdbare filmcamera’s), ‘module’ (componenten van een zich ontwikkelend systeem), ‘paviljoen’ (een tijdelijke behuizing, meestal behorend tot een groter geheel, bijvoorbeeld in een tentoonstelling), ‘ bewegende camerashots’ (de lange rijders, de langzame inzoomers en de wervelende rondraaiende beelden, voor alle waarvan de cameratechniek van de regisseur Hitchcock als voorbeeld kan dienen), ‘vertigo’ (het gevoel dat de wereld om je heen begint te draaien). Ze komen niet altijd en allemaal in het latere werk terug, maar zij bieden een goed houvast om het werk van De Cock te beschrijven.

De Cock is een driftige timmerman die ruimten en omgevingen vertimmert. Daarin is hij zo standvastig als de in de Belgische strip Suske & Wiske voorkomende krachtpatser Jerommeke. Jerommeke gaat een andere ruimte meestal niet binnen door een deur, maar door een stenen muur waarin hij het silhouet van zijn vierkante gestalte als een gat achterlaat. Dat doet De Cock ook maar hij handelt daarbij met beraad. Hij timmert werken in de wereld van de kunstgeschiedenis en de wereld van de destructie van woonplaatsen tijdens oorlogen die in de 20ste en 21ste eeuw aan de rand van de Westerse beschaving onverminderd voortwoeden.

Zijn eerste werk werd getoond in een paviljoen op een tentoonstellingsterrein in Brussel. Dat paviljoen werd later in een persconferentieruimte van de NATO veranderd waar verslag werd gedaan over de operaties in Kosovo en Serajevo. Dat inspireerde De Cock tot de volgende fase Randschade. Hierin viel hij de 19e eeuwse neoklassieke museumarchitectuur van het museum in Gent aan. Hij plaatste er modernistische kubussen en rechthoekige dozen, verbonden tot disfunctionele blokkendozen, getimmerd van spaanplaat, soms beschilderd met witte of grijze grondverf.

Artistieke identiteitspapieren op tafel. Hij confronteerde het radicale modernisme van Mondriaan en diens timmerende schildknaap Rietveld met de neobouwstijlen van de musea van de 19e eeuw. Een andere kandidaat voor erflaterschap is de Belgische Marcel Broodthaers. Deze ridiculiseerde immers de kunstinstitutie met zijn ‘Departement des Aigles’ dat hij als een bijkantoor van een zelf gesticht museum (Musée d’Art Moderne, XIXe siècle (Bis)))[1] als een verpakkingskrat voor schilderijen in een museum bouwde. Broodthaers is ook de man, die in het land dat vele talen kent, waar pijpen worden geschilderd die geen pijpen zijn, de spanning tussen, woord, betekenis en beeld onderzocht. De Cock die zijn tentoonstellingen vergezeld doet gaan van boeken, waarin verslag wordt gedaan van de randschade in beeld en betekenis die zijn tentoonstellingen opleveren – als de houtkrullen die in de timmermanswerkplaats op de grond zijn gevallen – is ook verzot op de onzin taxonomieën die Broodthaers placht te ontwerpen.

In de tentoonstelling liep de toeschouwer, al in verwarring gebracht door de ondermijning van de museumruimte en de betekenis die hij aan een museum placht toe te kennen, als een rijdende camera rond, zodat hij de nieuwe bouwsels telkens in ander perspectief zag. De Cock is verslag van deze tentoonstellingen gaan doen met foto’s die in lichtbakken worden gevat. De foto’s die met een belichtingssnelheid van 2-3 minuten zijn genomen, laten de objecten scherp zien, maar de toeschouwers als bewegende schaduwen.

Denkmal is een begrip dat de Oostenrijkse functionalistische architect Adolf Loos (van de verhandeling Ornament und Verbrechen dat De Cock ongetwijfeld kent) heeft bedacht en dat het midden zou houden tussen een grafsteen en een nationaal monument. In deze fase verhouden De Cock’s ruimtelijke timmerconstructies zich met Italiaanse fascistische architectuur, tenslotte een mengvorm van de 19e eeuw (Bis) en gevulgariseerd modernisme (de architectuur van Adolf Speer). Nu verschijnt ook het olijfgroen waarmee spaanplaat wordt beschilderd, maar keren modules uit de eerdere periode terug. De leidende vraag is: wanneer ben je ‘binnen’ en wanneer ben je ‘buiten’?

In Repromotion pakt hij de 19e eeuwse module weer op door in de modernistische constructies soms het beeld van de boogschutter van Bourdelle op te nemen, omdat hij het mooi vindt, maar ook omdat het Nazi beeldhouwkunst van Anton Breker aankondigt. In de versie van de tentoonstelling bij Fons Welters, twee jaar geleden, overheerste het Scan2Randschade motief, omdat de modernistische ruimten waren veranderd in de stuk geschoten huizen in Kosovo en Serajewo. Ergens in een catalogus zegt Jan de Cock: ‘je kunt niet aan de bergen van het landschap zien dat het oorlog is. Dat zie je alleen aan stukgeschoten gebouwen.’ Ja, hoeveel stukgeschoten gebouwen, dakloze muren met gaten hebben wij in ons leven in de 20ste eeuw niet gezien? De tentoonstelling was ook een groot werveling van zichtlijnen, wisselende perspectieven, binnen- en buiten ruimten, een labyrint waarin de toeschouwer duizelig werd.

Jaqueline Kennedy Onassis is een Romantische voorstelling. In de galerieruimte is ten opzichte van de ‘Vertigo’ van de vorige tentoonstelling een diepe stilte neergedaald. We zien een spiegelende vloer, de vertimmeringen zijn als decorstukken voor een opera tegen de wand geplaatst. Het is wel foto1een opera die zich afspeelt in een Ikeawinkel met spaanplaat en schrootjeshout. De titel staat voor ‘show’, maar ook voor een tijdperk: Jaqueline als een voortzetting van Marilyn Monroe, Kennedy als de progressieve president die Vietnamese steden aan flarden heeft laten schieten maar in 1963 in een limousine cabriolet naast zijn wuivende echtgenote werd vermoord, en de Griekse reder Onassis die na de moord de operazangeres Maria Callas inruilde voor Jacqueline K (changement de decor).

Wat zal de volgende stap zijn? Misschien de Ottomaanse architectuur van de achthoeken en de torenspitsen, die De Cock in Serajevo oppikte en die deel uitmaakten van de vorige module, maar terugkeren in de huidige tentoonstelling. De wiskunde (achthoek) is door de Arabieren uitgevonden, het ruimtelijk perspectief (vierkant) door het Westen. Daar valt voor een artistieke timmerman dus nog wat aan te beleven.
.
.
.
.
.
.
.
source: artspycn

巴登-巴登国家艺术馆(Staatliche Kunsthalle Baden-Baden )及巴登-巴登城市博物馆近日联合举办了比利时艺术家简·迪·科克(Jan De Cock)的新作展“杰奎琳·肯尼迪·奥纳西斯(Jacqueline Kennedy Onassis)”。简·迪·科克(Jan De Cock)出生于1976年,他在这场展览中展示了一个复杂的、连锁的碎片体系,将整个展厅转变成了一个充满了分裂个体的空间,而这样的分裂似乎既没有起点,也没有终点。

这场展览发行了六本艺术家的书籍,它们分别被命名为《饱和(Saturation)》、《奇观(Spectacle)》、《价值(Value)》、《模仿(Imitation)》、《狂热崇拜(Fanatism)》以及《战胜(Overcome)》;每一本书都被“指派”到了特定的展厅中。在被称为“活页簿(Cahiers)”的系列作品中——正如它的名字那样——这些富有象征意义的术语与杰奎琳·肯尼迪·奥纳西斯(美国前第一夫人)生命中的某些关键时刻联系在了一起,暗示了她的个人经历是将展览的各个点连接在一起的主题。作为那个已经过去了的时代中的重要人物,杰奎琳·肯尼迪·奥纳西斯成为了一个用来展示对21世纪的渴望与幻想的虚拟的投影平面。艺术家本人则将整场展览描述为一个浪漫的工作,并故意地在由名字、“Cahiers”及其雕塑作品复杂的外观产生的各种心理意象之间形成对比。

展出作品的创作使用了工业生产的材料。一系列被命名为“ Romantische Skulpturen”的雕塑由近乎3 x 3m的大型钢材框架组成;在这些雕塑上我们可以很清楚地看到数层经过了精心雕制的、涂有涂料的木材及其它附属材料等。这一系列作品会让人们想到这位艺术家之前那些规模巨大的作品,而现在那些作品似乎全都被堆放在了墙上——换句话说,整个展厅空间被转变成了浮雕作品。另一些雕塑作品则在这些浮雕作品的前方复制了某些建筑元素的碎片。简·迪·科克(Jan De Cock)以这种方式缩短了艺术家工作室与画廊之间的距离,并且将这两者压缩到了同一个空间中。
.
.
.
.
.
.
.
source: info-culture

Beaucoup d’attention a été portée à Jan de Cock (*1976 à Bruxelles) au cours des derniers dix ans. Les travaux de cet artiste belge exceptionnel ont été présentés dans des expositions individuelles de nombreux musées internationaux, entre autre au Museum of Modern Art (MOMA) à New York (2008), au Tate Modern à Londres (2005) ou à la Schirn Kunsthalle à Francfort (2005). Pour son nouveau projet composé de deux expositions et de livres d’arts publiés à intervalles réguliers, Jan de Cock a choisi comme titre « Jacqueline Kennedy Onassis ». Une exposition fut inaugurée en septembre 2011 au White Out Studio à Knokke-Heist (Belgique) et à partir du 10 mars 2012 l’exposition principale sera présentée ici à Baden-Baden. La femme du président Kennedy qui est devenue célèbre sous le nom de « Jackie » s’est fait remarquer par son style et son engagement pour la promotion de la culture. C’est la raison pour laquelle Jan de Cock a choisi ce titre d’exposition car « Jackie O » est devenue une icône de son époque comme personne autre.