Thomas Bayrle

telefon portrait

Thomas Bayrle

source: contemporaryartdaily

Thomas Bayrle (*1937) has been invited to Museum Ludwig’s main gallery to install an overview of his works from the last 40 years that all explore a particular artistic strategy: the loop or looping. While a loop is a kind of ring, the activity of looping refers to the continual repetition of the one and the same motif, whether in Rap music or by constantly running through the same sequence when writing a computer programme.
Just such a game between difference and repetition has developed in Thomas Bayrle’s graphic oeuvre. Apart from some 60 silkscreen prints on paper (1969-72), the exhibition will also contain a number of large scale silkscreen prints on vinyl. The artist printed them himself in 1967/68 in Nutzen and then joined them together. Through the repeated use of the same screens, which were modified merely by means of paper stencils, Bayrle produced a loop in the manufacturing process which was arrived at on the formal level by the accumulation of ever-recurring visual elements. By constantly using the same motifs, he built up traceries of forms that serves as the building bricks for “superforms”. Thus, for instance, a host of tiny beer glasses can be used to form one large beer glass, and hundreds of tiny telephones to create a portrait of a woman.
Since the 1980s, Thomas Bayrle has turned his mind to the motif of the motorway. In his sculptural works, the rings and loops of his deliberately model-like road sections twist in and out and over and under one another. Not only do they give the impression of a motion that is directed against its own self, they also present frozen visuals inasmuch the lengths of road form letters of the alphabet or Chinese characters – and sometimes even serve as surfaces for images that have been printed on them.
At the same time they constitute the backdrop for the genesis of Bayrle’s new sculpture, “Conveyor Belt”, which commands centre place in the exhibition. Here Bayrle has transposed one of his models from the last few years into an architectural dimension that links up directly with the surrounding architecture of the building. The roughly four meter tall loops seem veritably to soar round the visitors as they approach the sculpture via the temporary access that has been created specially for the exhibition – bringing in yet another meaning of the verb to loop.
.
.
.
.
.
.
.
source: hildezomer2013blogspot

Bij ons is Thomas Bayrle niet zo gekend, maar in Duitsland wordt hij beschouwd als één van de belangrijkste kunstenaars van de tweede helft van de XX° eeuw.

Thomas Bayrle werd in 1937 in Berlijn geboren en woont en werkt in Frankfurt. Sinds het midden van de jaren zestig is hij actief als kunstenaar. Hij heeft een beslissende invloed gehad op een hele generatie kunstenaars en nam deel aan internationale tentoonstellingen zoals Documenta 3, 6 en 13 (drie keer!) en de Vijftigste Biënnale van Venetië.

In de loop der jaren heeft Thomas Bayrle een coherent en geëngageerd oeuvre opgebouwd: het is een unieke combinatie van zowel pop art, conceptuele kunst als op art.
Vanaf het midden van de jaren ’60 ontwikkelt hij werk dat gebaseerd is op de seriële handeling van steeds hetzelfde patroon: in collages, schilderijen, sculpturen, films en boeken werkt hij een meeslepende beeldtaal uit met als leidmotief de toen ontluikende massacultuur en propagandamethoden.

In 1956 begint Thomas Bayrle een tweejarige opleiding als wever in een textielfabriek. Uit deze ervaring zal een blijvende fascinatie ontstaan voor de structuur van het weven en voor de metaforische kracht ervan.

In volle Koude Oorlog incorporeert en combineert Bayrle in zijn werk de symbolen van de kapitalistische en communistische maatschappijen die zich aan weerskanten van het IJzeren Gordijn ontwikkelen.

In 1964 reist Bayrle naar China en hij is zeer onder de indruk van de massaparades, waarbij elk individu een punt vormt in een gigantische bewegend beeld. Hij realiseert zijn eerste “super – images”: het zijn grote motieven die bestaan uit een veelheid van kleine patronen.
De kunstenaar mixt de iconografieën van het communisme, het kapitalisme en het fascisme tot één geheel, want voor Thomas Bayrle zijn de massaproductie in het Westen en de massademonstraties in Oost- Europa -visueel gezien- precies hetzelfde. Tekeningen, collages, zeefdrukken, behangpapier, geaccumuleerde objecten: de kunstenaar maakt gebruik van verschillende technieken om werken te creëren die eruitzien als pop art maar die kritisch staan tegenover de consumptiemaatschappij en de politieke indoctrinatie.
.
.
.
.
.
.
.
source: elcultural

Thomas Bayrle, uno de los referentes Pop en Alemania, expone varias décadas de trabajo en el centro de arte contemporáneo WIELS de Bruselas, donde también hay espacio para Tauba Auerbach, una de las referencias del arte joven estadounidense. Las distancias entre ambos son evidentes. Las analogías también.
Hasta no hace mucho tiempo, la obra del artista alemán Thomas Bayrle (Berlín, 1937), apenas era conocida fuera del ámbito centroeuropeo. Había participado en las Documentas de 1964 y de 1977, la tercera y la sexta, y su obra gozaba de reconocido prestigio en Alemania, pero fue en torno al cambio de siglo, tal vez a raíz de su inclusión, en 2003, en la 50 Bienal de Venecia, cuando su obra comenzó a despertar verdadero interés en la crítica internacional. En el contexto alemán, Bayrle ha sido siempre una figura de peso. En 1975 ingresó como profesor en la Städelschule de Fráncfort, una de las escuelas de arte más importantes de Europa (lo es todavía hoy), y desde esa posición sentó cátedra no sólo entre sus alumnos sino también entre sus colegas artistas. Como se ha dicho a menudo, Bayrle ha sido siempre un artista de artistas, un referente para creadores de un buen puñado de generaciones.

De Bayrle se dice habitualmente que es uno de los padres del Pop en Alemania. Algo hay, claro, de la estética pop: el color, la concluyente supremacía de lo seriado… Pero estas son sólo estrategias formales de las que se apropia para llevarse por delante todo lo que, precisamente, hizo posible la aparición del movimiento. En 1956 empezó a trabajar en una fábrica textil, donde el principio esencial de todo tejido, la relación entre trama y la urdimbre, le abrió un campo ilimitado de posibilidades semánticas que, de inmediato, trasladó al campo social. Se impuso desde entonces un interés por las superficies planas que eludían toda noción de perspectiva, un tipo de imagen que surge tras ver los desfiles militares de la China de Mao, en los que el individuo se diluye en una masa homogénea y vibrante. Desde entonces, y durante décadas, Bayrle ha producido serigrafías (no podía ser otro soporte) con imágenes individuales compuestas por infinitas unidades minúsculas de esa misma imagen, como si aludiese a esos desfiles chinos (que son como los que hoy vemos en Pyongyang), y también a cierta tautología conceptual.