highlike

JAN VERCRUYSSE

Les Paroles

JAN VERCRUYSSE  Les Paroles

source: xavierhufkens

The art of Jan Vercruysse is based on the autonomy of the artwork and the sovereignty of the artist, and can be read as a reflection upon the ability of art to function in a contemporary context and according to its own conditions. It is an art that questions our interaction with it; an art that investigates the way we see and understand it in today’s visually overcrowded world; and an art that seeks to find, and to define, its own philosophical place within a rapidly evolving world. According to Jan Vercruysse, art no longer has a place in this world. As a result, he seeks, through his work, a new place for art and new conditions in which to work. His earliest photographic works recreated historical subjects, such as self-portraits, still lifes and mythological scenes. Gradually, he evolved a sculptural vocabulary of narrow rooms, empty frames and bases without objects. The sacred spaces created by Vercruysse in these works are known as Chambres or Tombeaux and represent the artist’s last-ditched attempts to create art that refers only to itself. His later works, such as plaster pianos, blue Murano glass musical instruments and bronze and ceramic turtles, achieve a perfect equilibrium between conceptual conviction and aesthetic concerns, and also reflect a real pleasure of making.
Jan Vercruysse (b. 1948, Ostend, Belgium) lives and works in Brussels. He is considered as one of Belgium’s most influential artists. His work is part of many important American and European museum collections. Solo exhibitions include Kunsthalle, Bern (1989); Van Abbemuseum in Eindhoven (1990, 1997); the Belgian pavilion at the Venice Biennale (1993) and Mies van der Rohe’s Museum Haus Lange and Haus Esters in Krefeld (1995). Recently, he was the subject of a major retrospective at Museum M in Leuven, Belgium (2009). Public works include Labyrinth & Pleasure Garden #23, Knokke, Belgium (2008) and Labyrinth & Pleasure Garden #10, Clarholz, Germany (2006).
.
.
.
.
.
.
.
source: artsynet

Jan Vercruysse uses industrial materials such as corten steel, bronze, iron, and glass to create mixed-media installations that challenge the sculptural vocabulary of Minimalism. Beginning his career by producing photographs of self-portraits, still lifes, and mythological scenes, he turned to a pared down sculptural practice. While accepting the minimalist principle of art that refers only to itself, his sculptural arrangements of narrow rooms, empty frames, bases without objects, and plaster household objects try to push the spectator beyond the work, towards symbolism. “Art has to create something ‘else’, has to ‘be else’ for me, with archetypal images. I want to feel in a work the strong wish of ‘distancing’.”
.
.
.
.
.
.
.
source: muhkabe

Deze Vlaamse kunstenaar lijkt met zijn werk een melancholische monoloog te voeren over de voorwaarden waaronder kunst en kunstenaar kunnen functioneren in onze samenleving. Hij probeert dieper in te gaan op relevante inhoudelijke en formele vragen over de actuele kunst. Zijn filosofisch uitgangspunt is dat in de huidige wereld geen plaats vrij is voor de kunst en bij uitbreiding voor de kunstenaar. Daarnaast bevat zijn verscheiden werk veel verwijzingen naar kunsthistorische achtergronden. Deze wijsgerige en theoretische houding maakt dat zijn werk vrij ontoegankelijk is. Door de afwezigheid van een onmiddellijk identificeerbare inhoud komt de toeschouwer voor vele raadsels te staan. Vercruysse fabriceert nabootsingen van een imaginaire realiteit, herinneringen aan het niets. Zijn werken zijn incarnaties van iets dat er (misschien) niet is of was. De kunst krijgt zo een mythische status, kunst als het ideale en het ongrijpbare. Kunst in plaats van de werkelijkheid, in plaats van de waarheid. Naast een kunstfilosofisch discours genereert Vercruysse echter vooral esthetische objecten die ons veel meer tonen dan leegte of absentie. Zijn kunstwerken nemen ons mee op een lange reis via de topkunstwerken en stromingen uit het verleden die belangrijke vragen over kunst stelden. Dit realiseert de kunstenaar voornamelijk door het vervreemdende gebruik van herkenbare alledaagse vormen, materialen en stijlen. Hij experimenteert met verschillende media en technieken. Behalve grafiek en fotografie produceert hij voornamelijk beeldend werk. Het plastisch werk van Vercruysse refereert vooral aan de architectuur en het theater. Kolommen, panelen, meubelstukken, kaders, spiegels en allerlei andere theatrale elementen vormen samen merkwaardige entiteiten. Vaak lijken deze werken sporen van een wereld die er nooit was en nooit zal zijn, maar die ons toch herkenbaar voorkomt. Je kan de artefacten vergelijken met de bouwstenen van een stilleven, objecten die worden opgesteld voor de kunst, buiten het echte leven, het aanwezige is afwezig. Hier zien we duidelijk de dualiteit tussen de echte wereld en de kunst opduiken. Kunst kent geen plaats voor Vercruysse.